H2

Van tankstation tot baggerschip: de waterstofketen groeit van onderop

Tot een paar jaar geleden werd de ontwikkeling van de waterstofeconomie vooral in gigawatts geschetst. Grote windparken op de Noordzee en gigantische elektrolysers bij de industrieclusters in Rotterdam, Amsterdam, Zeeland en Chemelot moesten de keten op gang brengen. Die projecten zijn er nog steeds, maar ze zijn afgeschaald en komen langzamer tot stand.

Ondertussen ontstaat er een andere beweging, kleinschaliger en minder zichtbaar. Op bouwplaatsen, bij grondboringen, op baggerschepen en bij tankstations rukt groene waterstof langzaam maar zeker op. Gedreven door concrete aanbestedingseisen, vergunningsproblemen of netcongestie verovert groene waterstof van onderop zijn plek in de energietransitie.

Dat die beweging serieus is, blijkt uit de zoekstatistieken op de waterstofkaart van Nederland Waterstofland. Niet de grote elektrolyserprojecten worden het meest opgezocht, maar termen als ‘H2-cementmolen’ en ‘H2-betonboor’. Vier initiatieven laten zien hoe dat er in de praktijk uitziet.

Van Kessel: van brandstofhandelaar tot waterstofdistributeur

Van Kessel, van oorsprong een brandstofhandelaar, is inmiddels ook producent, transporteur en distributeur van groene waterstof. Het familiebedrijf, waar inmiddels de vierde generatie aan het roer staat, heeft een elektrolyser in Nieuwegein en bouwt aan een tweede in Oude-Tonge, een plaats in de gemeente Goeree-Overflakkee. "In Nieuwegein maken we gebruik van het zonnepark dat er direct naast ligt", vertelt technisch eindverantwoordelijke Johan van Mierlo van Van Kessel. Als de zon niet schijnt, gebruikt het bedrijf groene stroom van het net. Daarvoor heeft Van Kessel een PPA (Power Purchasing Agreement) afgesloten. Het bijbehorende tankstation is volgens Van Mierlo een van de grootste waterstofstations van Nederland en zit inmiddels bijna aan zijn capaciteit. “Wij zijn één van de zeer weinigen die gecertificeerde groene waterstof produceren en uitleveren.”

Naast de vaste tankstations zet Van Kessel ook mobiele waterstofgeneratoren in, onder meer in Natura 2000-gebieden waar dieselaggregaten door hun uitstoot niet welkom zijn, en bij evenementen zoals op het circuit van Zandvoort. Ook op bouwplaatsen worden de generatoren gebruikt, voor projecten die vanwege stikstofuitstoot anders geen vergunning zouden krijgen. Voor het transport beschikt het bedrijf over negen tube trailers, wat het bedrijf een van de grootste waterstoftransporteurs van Nederland maakt.

De vraag naar waterstof groeit volgens Van Mierlo geleidelijk. Transportbedrijven met MAN-trucks, taxibedrijven en het Ministerie van Defensie behoren tot de bedrijven die voor steeds meer vraag naar groene waterstof zorgen. Subsidieregelingen als de SWIM (Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit) helpen om het kip-ei-probleem tussen vraag en aanbod te doorbreken.

Van Mierlo verwacht dat waterstof naast elektrificatie een niche blijft, maar wel een noodzakelijke.

Geen enkel bedrijf kan de waterstofketen alleen opbouwen, stelt Van Mierlo. Voor de elektrolyse in Nieuwegein werkt Van Kessel onder de naam HySolar samen met Scholman en Allied Water.

Van Mierlo verwacht dat waterstof naast elektrificatie een niche blijft, maar wel een noodzakelijke. Daarom investeert Van Kessel er ook in. Voor zwaar en lang transport ziet Van Mierlo waterstof als een logische keuze, vooral omdat tanken sneller gaat en meer actieradius oplevert dan elektrisch laden.

Van Staveren: van tankstationketen naar energiehub op het erf

Van Staveren levert al decennia brandstof aan landbouw, industrie en campings in Noord-Nederland. Ook exploiteert het bedrijf 35 tankstations, van Voorthuizen op de Veluwe tot Dokkum in Friesland. Door de dalende vraag naar fossiele brandstoffen richt Van Staveren zich steeds meer op nieuwe energieoplossingen. De horecavoorzieningen bij de tankstations worden professioneler en belangrijker. Er komen laadpleinen en Van Staveren volgt de ontwikkelingen rond waterstof op de voet, om in te kunnen spelen op nieuwe kansen zodra de markt daar om vraagt. “We zien dat de interesse in duurzame energievormen, zoals waterstof, steeds verder toeneemt”, zegt Stefan de Raat, verantwoordelijk voor verkoop en business development bij Van Staveren.

Maar het bedrijf slaat zijn vleugels breder uit dan het vernieuwen van tankstations. Zo is Van Staveren betrokken bij een nieuwbouwproject in Emmeloord, waar een klant niet de stroomaansluiting kreeg die het nodig had. Het bedrijf had al zonnepanelen en meerdere batterijen, maar kwam 's winters stroom tekort en plaatste daarom een dieselaggregaat. Sinds 1 april is het energieplein uitgebreid met een waterstofaggregaat, dat is aangesloten op een waterstoftrailer. Bij onvoldoende zonnestroom zorgt het energiemanagementsysteem ervoor dat het waterstofaggregaat automatisch bijspringt. Het dieselaggregaat staat er nog, maar geldt inmiddels als noodstroomvoorziening en is niet meer nodig voor de dagelijkse energiebehoefte. „Dat apparaat heeft al maanden niet gedraaid”, vertelt De Raat.

In de zomer zijn de batterijen rond het middaguur al gevuld. Om ook de zonnestroom in de middag beter te benutten, wordt het systeem binnenkort uitgebreid met een elektrolyser, een brandstofcel-aggregaat en waterstofopslag met meerdere waterstofbundels.

De elektrolyser zet overtollige zonnestroom om in groene waterstof, die wordt opgeslagen. Op een later moment kan die waterstof weer worden gebruikt om met het brandstofcel-aggregaat elektriciteit op te wekken. De restwarmte van het aggregaat wordt benut voor de vloerverwarming van de productieloods. Het project is een gezamenlijke ontwikkeling van Van Staveren met het bedrijf Tolsma-Grisnich.

Tolsma-Grisnich levert wereldwijd klimaatinstallaties voor het drogen, ventileren en koelen van aardappelen en uien. Ook de klanten van Tolsma-Grisnich gebruiken veel elektriciteit en lopen steeds vaker tegen netcongestie aan. Steeds meer akkerbouwers tonen interesse in een dergelijke installatie. Overtollige zonnestroom kan in de zomer worden omgezet in waterstof en opgeslagen.

Door het einde van de salderingsregeling ontstaat er behoefte aan nieuwe manieren om zonnestroom te benutten.

In de toekomst kan deze waterstof mogelijk ook worden geleverd aan andere partijen. De Raat: “Door het einde van de salderingsregeling ontstaat er behoefte aan nieuwe manieren om zonnestroom te benutten. Waterstof biedt interessante mogelijkheden. De wet- en regelgeving moet hier nog wel beter op aansluiten.”

Tegen de kale prijs van netstroom kan waterstof volgens De Raat niet altijd concurreren. “Maar wanneer zonnestroom wordt gebruikt die anders onbenut blijft, ligt dat anders. Energie die anders verloren gaat, wordt opgeslagen en later benut.”

A.Hak: waterstof als vergunningsoplossing bij boringen

A.Hak legt al decennia pijpleidingen aan, van oorsprong voor de aardgasinfrastructuur van Nederland. Het bedrijf is ontstaan uit de onderneming van oprichter Arie Hak, dat vandaag de dag bestaat uit het Kraanverhuurbedrijf en de ondergrondse aannemer A.Hak. Het bedrijf volgt daarbij vooral de opdrachtgever. "Wij bedenken zelf niet wat er aangelegd wordt en waarmee", zegt manager marketing en communicatie Eveline Dijkers. "Als Gasunie besluit dat een voormalige gasleiding een waterstofleiding wordt, dan zijn wij als aannemer aan zet."

Die rol dwingt het bedrijf ook om zijn eigen materieel te verduurzamen. Dieselgeneratoren op de bouwplaats maken steeds vaker plaats voor waterstofaggregaten. In januari 2024 voerde A.Hak in Bergen op Zoom de eerste boring voor een pijpleiding uit op waterstof. De aanleiding was praktisch: voor een boring in een Natura 2000-gebied kon geen vergunning voor een dieselaggregaat worden verkregen. Met een waterstofaggregaat, geleverd door Genpower, kon het werk toch doorgaan. Sindsdien heeft A.Hak de methode vaker toegepast. Binnenkort volgt een project in Zeeland.

Vanzelfsprekend is de keuze voor waterstof nog niet, zegt Dijkers. Het aggregaat moet op enige afstand van de boorlocatie staan, vanwege de extra veiligheidsmaatregelen die voor het gebruik van waterstof gelden. Dat vraagt om ruimte tijdens de uitvoering van een project. In een stedelijke omgeving is die ruimte niet altijd beschikbaar.

Er zijn veel urgente projecten, die vanwege stikstof niet door kunnen gaan. Dat rechtvaardigt de inzet van groene waterstof, ook al is dat duurder.

“We zijn enthousiast over het boren met waterstof als energiebron, want je hebt geen emissies en geen geluidshinder. Maar de beschikbaarheid van groene waterstof en de hoge kosten zijn nog een drempel”, aldus Dijkers. A.Hak zet waterstof daarom alleen in als de opdrachtgever erom vraagt. “Er zijn veel urgente projecten, die vanwege stikstof niet door kunnen gaan. Dat rechtvaardigt de inzet van groene waterstof, ook al is dat duurder. Het alternatief is namelijk dat het project niet doorgaat.”

De opdrachtgevers van A.Hak voelen de druk van de politiek om te verduurzamen. Dijkers wijst erop dat het aanbod en de capaciteit van duurzaam materieel vooralsnog beperkt is. “Het materieel moet er wel zijn, net als het personeel dat het kan bedienen.” Politiek Den Haag zou volgens haar duidelijkheid moeten geven over hoe snel de duurzaamheidseisen in aanbestedingsprocedures worden opgeschroefd. Dan kan de sector de komende jaren de capaciteit gericht uitbreiden.

ZEDHub: de baggersector zoekt een eigen route

Door land op te spuiten zorgt de baggersector wereldwijd voor de bescherming van kustgebieden die door klimaatverandering bedreigd worden. “Maar de baggerschepen zorgen tegelijkertijd voor de emissie van broeikasgassen. Dat wringt. In bepaalde regio’s willen overheden dat de impact van baggerwerkzaamheden wordt geminimaliseerd”, zegt Arjen de Jong, directeur van ZEDHub, dat zich bezighoudt met ontwikkelingen voor emissieloze baggerschepen.

Baggerschepen draaien nu vrijwel volledig op MGO (Marine Gas Oil). Deze brandstof lijkt op diesel en is al een stuk schoner dan de zware stookolie die vaak in de scheepvaart wordt gebruikt. MGO wordt gebruikt voor de voortstuwing van het schip, het oppompen en opspuiten van zand, en voor alle energie aan boord.

De energietransitie is in de baggerbranche een ander vraagstuk dan bij een gewoon schip dat van A naar B vaart. De overstap naar waterstof is complexer dan bij een normaal schip, legt De Jong uit. Een baggerschip wisselt voortdurend van taak: varen, zand opzuigen, opspuiten. “Vooral bij het pompen kan de vermogensvraag binnen een seconde met dertig tot veertig procent schommelen. Een dieselmotor vangt dat moeiteloos op, een brandstofcel op waterstof niet”, legt hij uit. ZEDHub onderzoekt daarom een combinatie van een brandstofcel voor de basislast en een batterijpakket voor het opvangen van de pieken. "Het is complexer, maar wel veel energie-efficiënter", aldus De Jong.

Het is complexer, maar wel veel energie-efficiënter.

Die complexiteit is ook de reden dat er een branchebreed initiatief is ontstaan. Zeven jaar geleden werd met steun van de Drechtsteden en de bedrijven Boskalis, IHC, Van Oord en Damen Shipyards de stichting ZEDHub opgericht. Het doel was om samen emissieloos baggeren te ontwikkelen. De Jong: "We wilden dit met de hele sector doen. Inmiddels hebben ook diverse havens een convenant getekend waarin ze de duurzaamheidsambitie onderschrijven.”

Na bureauonderzoek en laboratoriumtesten volgden twee proefprojecten op schepen van Van Oord en Boskalis, die respectievelijk een week en vier weken hebben gebaggerd met een aangepast energiesysteem aan boord. Die pilots leverden vooral kennis op over regelgeving, certificering, operationele uitdagingen en de logistiek in havens. De volgende stap is commerciële toepassing. Zo wordt een schip van baggerbedrijf Martens en Van Oord al batterij-elektrisch ingezet, en heeft Van den Herik een emissieloos baggerschip dat wordt omgebouwd naar waterstof. Dat gebeurt in twee fasen. Eerst batterij-elektrisch, met een mobiele op groene waterstof draaiende laadinstallatie aan wal. Later volgt waterstofopslag aan boord. “Voor die laatste stap is de certificering nog niet geregeld”, zegt De Jong. “Dat komt door gebrek aan regelgeving.”

De binnenvaart baggerschepen zijn volgens de ZEDHub-directeur een logische eerste stap voor verduurzaming. Daarna volgen de zeeschepen. Op zee lopen de kosten al snel met een factor tien op, omdat de schepen groter zijn en een groter geïnstaleerd vermorgen hebben. Gasvormige waterstofopslag volstaat dan niet meer. Er moet overgestapt worden op vloeibare waterstof of methanol. “Voor een sleephopperzuiger is daarvoor wel al een haalbaarheidsstudie uitgevoerd en ook de basisengineering is al gedaan.”

Medio 2027 en medio 2028 worden er twee belangrijke aanbestedingen uitgeschreven, van Rijkswaterstaat en Havenbedrijf Rotterdam. Voor de opdrachten wordt een groot aandeel duurzame brandstof geëist. Overheden spelen op deze manier een belangrijke rol bij het verduurzamen van de baggerbranche. Welke brandstof uiteindelijk gebruikt wordt - waterstof, methanol of iets anders? “Dat is aan de markt”, besluit De Jong.

Lees verder