KJHO NLHYDROGEN 002

[Serie] De import van waterstof door Nederland

Nederland is van oudsher een handelsland. Worden we dat ook als het gaat om groene waterstof? Negen importprojecten staan klaar in Rotterdam, Amsterdam en Zeeland. De exportlanden zijn er, opslagterminals zijn er, de technologie is er. Wat nog ontbreekt, is een overheid die durft te investeren in de opbouw van een waterstofhandelsinfrastructuur. Een coalitie van 24 bedrijven overhandigde tijdens de World Hydrogen Summit een actieplan aan minister Stientje van Veldhoven. "Dit is een no-brainer."

Van oliehaven naar waterstofhub: Nederland wil zijn handelspositie verzilveren

Toen Rusland in februari 2022 Oekraïne binnenviel, bleek hoe kwetsbaar een energiesysteem kan zijn dat op een beperkt aantal leveranciers leunt. Gas werd plotseling schaars, prijzen schoten omhoog, fabrieken draaiden hun productie terug of sloten de deuren. ABN Amro schatte destijds dat de explosief gestegen energieprijzen het Nederlandse bedrijfsleven circa 22 miljard euro aan extra kosten had opgeleverd, alleen al in 2022. Het was een dure les over de gevaren van afhankelijkheid.

Die les staat centraal in de waterstofhandelsagenda die een coalitie van 24 bedrijven en organisaties deze week aanbiedt aan minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei. De coalitie, met daarin Port of Amsterdam, Port of Rotterdam, North Sea Port, NLHydrogen, VOTOB en elf terminalbedrijven, vraagt de overheid om werk te maken van de import van waterstof en waterstofdragers. "Exportlanden zijn projecten aan het opstarten. In Saoedi-Arabië bijvoorbeeld, maar ook in landen in Zuid-Amerika en Afrika. Dat gaat verder dan PowerPoint-presentaties. De volumes komen eraan. De vraag is of de infrastructuur in Nederland op tijd klaar is om die volumes te ontvangen", zegt Lijs Groenendaal, directeur van NLHydrogen.

Doorvoerland

Nederland is op dit moment de grootste energiehub van Noordwest-Europa. Via pijpleidingen en terminals in Rotterdam, Amsterdam, Groningen en Zeeland stroomt fossiele energie door naar Duitsland, België, Frankrijk en verder. Die positie is niet vanzelfsprekend, maar het resultaat van decennia investeren in infrastructuur en handelsrelaties. De coalitie wil die positie ook voor het tijdperk van groene energie veiligstellen.

Het actieplan spreekt bewust over handel in plaats van import. Nederland is geen passieve ontvanger, maar een doorvoerland dat waarde toevoegt aan de keten. "Met alleen lokaal geproduceerde waterstof komen we er niet", zegt Groenendaal. Een systeemstudie van NLHydrogen laat zien dat er flink wat import nodig is. In 2050 zal Nederland 350 petajoule aan waterstof lokaal produceren, maar gezien de energiebehoefte zal er maar liefst 850 petajoule aan waterstof geïmporteerd moeten worden.

Willem Henk Streekstra van VOTOB, de branchevereniging van Nederlandse tankopslagbedrijven, benadrukt het handelsperspectief: "De Duitsers noemen Rotterdam al een Duitse haven”, zegt hij gekscherend. “Als waterstof straks in Rotterdam binnenkomt, betalen de Duitsers een dubbeltje extra. Maar als het in Hamburg binnenkomt, dan betalen wij een dubbeltje extra. Nederland is handelsnatie genoeg om dit te regelen, maar dan moeten we wel gaan bouwen."

De uitgangspositie is goed, zegt hij: “We hebben alles in huis. We hebben al een geweldige infrastructuur. Het is vanzelfsprekend om de bestaande netwerken zoveel mogelijk te hergebruiken. Die infrastructuur geeft meteen toegang tot veel potentiële gebruikers van de nieuwe groene moleculen”. Bovendien, zegt Streekstra, heeft Nederland de kennis en kunde in huis om zich te ontwikkelen als knoopunt voor handel en logistiek van groene energie. “Handel wordt tegenwoordig weleens als iets vies gezien. Maar wat mij betreft kunnen we trots zijn een spilfunctie te spelen in de groene energievoorziening van Noordwest Europa.”

Negen projecten, drie regio's

Dat de infrastructuur er nog niet is, ligt niet aan een gebrek aan ambitie in de markt. Negen grote projecten staan klaar om te starten, verspreid over Rotterdam, Amsterdam en Zeeland. Ze zetten in op vier verschillende waterstofdragers: ammoniak, vloeibare waterstof, methanol en LOHC's (Liquid Organic Hydrogen Carriers). In deze regio’s staan negen terminals klaar die rond 2030 operationeel kunnen zijn. Zo heeft Air Products in Rotterdam plannen voor een ammoniakterminal die in 2028 operationeel moet zijn, en werkt Vesta in Zeeland aan een vergelijkbaar project dat eveneens in 2028 opgeleverd moet worden.

Ammoniak is de drager waar de meeste bedrijven van de coalitie op dit moment op inzetten, omdat het al een internationaal verhandelde commodity is. Ammoniak wordt al op grote schaal verscheept en opgeslagen, en kan direct worden ingezet als grondstof voor kunstmestproductie of als brandstof, of worden teruggekraakt naar waterstof voor industrieel gebruik. "Ammoniak is een vertrouwd product en kent al vele toepassingen", zegt Streekstra. "Je kunt het makkelijk transporteren en opslaan. Een handelsketen voor ammoniak kan daardoor best snel van de grond komen. Het zou zomaar een van de eerste nieuwe groene handelsstromen kunnen zijn. Maar daar moeten we ons zeker niet op blindstaren. Iedere waterstofdrager heeft zijn eigen kenmerken en toepassingen. Als terminalsector staan wij daar agnostisch in."

Wat de projecten tegenhoudt heeft weinig met technologie te maken, wel met geld en beleid. De coalitie stelt vast dat de overheid de afgelopen jaren miljarden heeft gestoken in subsidies voor lokale waterstofproductie, terwijl de ondersteuning voor importinfrastructuur ver achterbleef. "Het is eigenlijk heel gek dat we zoveel geld investeren in lokale productie, terwijl we het straks vooral moeten hebben van import. Dat moet worden rechtgetrokken", vindt Streekstra.

Drie concrete verzoeken

Het actieplan formuleert drie verzoeken aan de overheid. Bovenaan het verlanglijstje staat vraagcreatie. Want als er geen vraag ontstaat naar waterstof, ontstaat er ook geen aanbod, en dus ook geen markt. Zorg voor duidelijke en langjarige doelen voor het gebruik van waterstof en waterstofdragers, zodat bedrijven langetermijncontracten kunnen sluiten. Zonder die zekerheid neemt niemand een investeringsbeslissing. "Partijen zijn bereid te bouwen", zegt Groenendaal, "maar niet zonder te weten of er een klant is."

Het tweede verzoek betreft financiering. De coalitie vraagt 400 miljoen euro per jaar voor de opschaling van importinfrastructuur: scheepstransport, opslagterminals en krakers waarmee waterstofdragers worden omgezet naar bruikbare waterstof. Met dat budget zou een keten opgezet kunnen worden die jaarlijks 400 kiloton waterstof importeert, goed voor een derde van het huidige Nederlandse verbruik van 1.100 kiloton aan grijze waterstof per jaar. Groenendaal plaatst dat bedrag in perspectief: "Het klinkt als heel veel geld, maar het is eigenlijk heel weinig als je het in de goede context plaatst. ABN Amro berekende destijds dat de energiecrisis na de inval in Oekraïne het Nederlandse bedrijfsleven naar schatting 22 miljard euro kostte. Investeren in de opbouw van een waterstofhandelssysteem kost een fractie daarvan. Die investering verkleint de schade van fossiele energieschokken. Het is een no-brainer."

De coalitie heeft ook nagedacht over hoe dat geld het best kan worden ingezet. Er zijn vier instrumenten uitgewerkt: een subsidie op investeringskosten (capex), een subsidie per kilo geïmporteerde waterstof via bijvoorbeeld de SDE++-regeling, een uitbreiding van het bestaande Europese tenderinstrument H2Global, en een capaciteitsmechanisme waarbij opslagcapaciteit wordt vergoed ongeacht het daadwerkelijke gebruik. Elke route heeft voor- en nadelen. De uiteindelijke keuze laat de coalitie aan het ministerie.

Het derde en laatste verzoek gaat over randvoorwaarden: tijdige aanleg van het nationale waterstofnetwerk door Gasunie-dochter Hynetwork, certificering van waterstof uit exportlanden, een realistisch veiligheidsbeleid voor ammoniakopslag en -transport, en draagvlak bij omwonenden van terminals. Op al deze punten loopt Nederland achter op landen als Duitsland en Japan, die veiligheidsvraagstukken rond ammoniak rationeler benaderen. "Er is in Nederland veel angst rond ammoniak", zegt Streekstra. "Dat doen andere landen met meer professionele distantie. Wij willen een hub worden. Dan moet je ook durven. We moeten uiteraard goed naar de bestaande risico's kijken en die managen, maar we moeten niet in een kramp schieten en zo de hele ontwikkeling blokkeren. Als sector nemen we de zaak serieus. Dat hebben we laten zien met het nieuwe veiligheidskader voor de grootschalige bovengrondse opslag van ammoniak, de zogenoemde PGS12-richtlijn."

Geopolitiek

De urgentie van het actieplan wordt duidelijk door de turbulente geopolitieke ontwikkelingen van de laatste jaren. Nederland is voor 78 procent afhankelijk van energie-import. Die afhankelijkheid zal in een waterstofeconomie niet verdwijnen. Maar de import kan worden gespreid over tientallen exportlanden in plaats van een handvol grote leveranciers. "Diversificatie van waterstofleveranciers is goed mogelijk. Energie uit wind en zon is er te over en bovendien veel gespreider aanwezig dan olie en gas", zegt Streekstra. "Afhankelijkheden zijn prima te voorkomen, als je nu tenminste de juiste keuzes maakt."

De presentatie van het actieplan viel samen met de World Hydrogen Summit in Rotterdam, waar de sector bijeen kwam. "Vorig jaar hebben we al een Waterstof Import Manifest aangeboden aan de minister", zegt Groenendaal. "De vraag was toen: kom met concrete maatregelen. We hebben studies laten doen. Daar komt nu het actieplan uit. We zijn klaar om van start te gaan. Nu is het aan het kabinet."

Streekstra van Votob besluit: "Nederland is een energiehub en dat heeft ons geen windeieren gelegd. Nu we van fossiele naar groene energie gaan, moeten we die positie opnieuw verdienen. Maar de basis is goed. Wij hebben de havens, de verbindingen, de kennis. Laten we daar gebruik van maken. Wellicht gaat het minder hard dan we een aantal jaar geleden dachten. Maar dat is geen reden om er van af te zien. Laten we wat kleiner van start gaan, maar we moeten wel snel beginnen met bouwen."

Lees verder