
Port of Amsterdam en Firan Waterstof ontwikkelen lokaal waterstofnetwerk
Port of Amsterdam ontwikkelt samen met Firan Waterstof het waterstofproject H2avennet, een lage druk waterstofnetwerk in de Amsterdamse haven. Het doel: leveringszekerheid van energie in de haven voor een goed vestigingsklimaat voor industrie én een lagere CO2-uitstoot. Hoe komt dit netwerk van de grond? En wat is daarbij belangrijk?
“Het doel van de haven is om in 2050 klimaatneutraal te zijn, groene waterstof draagt daaraan bij”, legt Rhea Creutzburg uit. Zij is Project Lead Business Development. Waarom kiest Port of Amsterdam voor een lokaal waterstofnetwerk? “Onze klanten hebben behoefte aan een goed vestigingsklimaat en een betrouwbare aanvoer van energie. Daarnaast moeten zij verduurzamen om aan Europese wet- en regelgeving te voldoen. Hoe ze dat doen? We zien dat groene waterstof voor een aantal industriële toepassingen een belangrijke rol gaat spelen in de energietransitie, naast andere verduurzamingsroutes. Als haven maken we bewuste keuzes, zo stoppen we bijvoorbeeld per 2030 met kolenoverslag. We kijken samen met onze klanten naar hun mogelijkheden om over te stappen op duurzame ladingstromen en brandstoffen zoals groene waterstof.”
Afnemers
H2avennet wil starten met het aansluiten van een eerste groep van zeven tot tien waterstofafnemers in 2030 en kan vervolgens opschalen naar tweeëntwintig afnemers. Waterstof staat met name in de belangstelling van bedrijven die het willen gebruiken als grondstof, als brandstof voor zwaar transport (zoals vrachtvervoer, shovels en scheepvaart), en voor hoge temperatuur industriële processen. Daarnaast zijn meerdere producenten en importeurs van groene waterstof betrokken bij het initiatief. Rhea: “We zien potentie in nieuwe afnemers, bijvoorbeeld in asfaltproductie en voedselverweking voor wie groene waterstof interessant kan zijn. Maar ook biobrandstofproducenten.”
Lage druknetwerk
De waterstofoplossing voor het Amsterdamse havengebied wordt een distributienetwerk met een lage druk (8 tot 16 bar). Op een later moment wordt het lokale netwerk aangesloten op het landelijke transportnetwerk van Hynetwork met een hoge druk (30 tot 60 bar). Om dit te realiseren werkt Port of Amsterdam sinds 2021 samen met Firan Waterstof, onderdeel van Alliander, dat toekomstbestendige decentrale waterstofnetwerken ontwikkelt en realiseert. Het havenbedrijf beheert en ontwikkelt het havengebied in Amsterdam, en het helpt om de randvoorwaarden te scheppen voor een goed investeringsklimaat voor bedrijven. Firan Waterstof heeft expertise in de ontwikkeling en exploitatie van regionale waterstofinfrastructuur en draagt zorg voor een veilig en betrouwbaar netwerk. Brenda Schoumans, Manager bij Firan Waterstof: “Het lage druk, decentrale waterstofnetwerk in de haven en het landelijke netwerk van Hynetwork vullen elkaar goed aan. Met ons lage druk netwerk maken we een verdere vertakking van de backbone dieper het gebied in.”

Drie uitdagingen
“Op dit moment zijn er drie grote uitdagingen”, schetst Rhea. “Ten eerste de kostprijs van waterstof, wordt het economisch rendabel? Ten tweede de aanleg van de infrastructuur waarin wij een actieve rol spelen. Op dat punt zetten we mooie stappen. En ten derde de randvoorwaarden zoals wetgeving en vergunningen. Met name het verkrijgen van een vergunning is complex vanwege het innovatieve karakter van de waterstofprojecten. We werken samen met twee gemeentes en omgevingsdiensten om dit zo goed mogelijk te ondersteunen.”
Verbindende schakel
De haven is een schakel tussen alle betrokken partijen. “Wij zijn de verbinder en proberen waar mogelijk connecties te leggen. Wij brengen industrie, bedrijven en politiek bij elkaar. Zo zijn we in gesprek met de gemeente, omgevingsdiensten en provincie. De lokale overheid in Amsterdam stimuleert verduurzaming in de haven en steunt dit onder meer via een subsidie voor het regionale waterstofnetwerk én sinds eind 2025 met de Vergunningenloods. Zo’n loods opende twee jaar geleden al in Rotterdam en helpt industrie om vergunningaanvragen zo in te dienen dat ze voldoen aan de eisen. Maar tegelijkertijd is er nog onvoldoende kennis en gevoel voor dergelijke vergunningen. Er gaat veel tijd zitten in het begrijpen van de materie. We willen voorkomen dat bedrijven in de wachtstand komen.”
Stikstofvergunning
“Bij de vergunningaanvraag werken we bijvoorbeeld aan het traject rondom de stikstofvergunning”, legt ze uit. “Met waterstof willen we CO2-uitstoot verlagen, maar bij de aanleg en het gebruik van groene waterstof komt mogelijk stikstof vrij en ons gebied heeft beperkte stikstofruimte. Bovendien is nog niet duidelijk genoeg wat precies de uitstoot van stikstof gaat zijn bij ons waterstofnetwerk. Er zijn geluiden dat dit stikstofvrij kan, wij onderzoeken hoe dan. Welke methode kunnen we het beste kiezen?”
Propositie
Naast het daadwerkelijk realiseren van de infrastructuur is het organiseren van invoeders en afnemers ook van groot belang. “De focus ligt eerst op de infrastructuur, maar we hebben het hele ecosysteem van afnemer, levering, invoeder nodig. Aan alleen een lege buis heb je niets”, lacht Brenda. “We ontwikkelen een integrale propositie samen met de hele keten. Onderdelen van deze propositie zijn nog in beweging, zoals de prijs van waterstof. Dat maakt de behoefte om goed af te stemmen groot. Er is nog geen boekje met een stappenplan. We praten allemaal mee vanuit onze eigen rol in de keten en hebben elkaar nodig om dit tot een succes te maken.”
Versnelling nodig
“Technisch is het niet lastig, maar je ziet dat het wél lastig is in de ontwikkeling van een nieuwe markt als waterstof”, vervolgt ze. “Technische standaarden, contracten en tariefstructuren, alles is nieuw. Zo’n netwerk komt niet vanzelf van de grond, zeker niet omdat het op dit moment kostbaarder is dan fossiele brandstoffen. Het opbouwen van een nieuw systeem is te complex om het alleen aan de markt over te laten.”
“We voelen dat er een versnelling nodig is en proberen daarin een actieve rol te pakken als Port of Amsterdam en Firan Waterstof”, vult Rhea aan. “Door gewoon te beginnen met de voorbereidingen van de infrastructuur laten we zien wat er kan.” Brenda: “We werken aan het definitieve ontwerp voor het netwerk in de grond. We willen niet pas aan de slag gaan wanneer een afnemer ‘ja’ zegt. Dan moet er al iets liggen en dus staan we in de startblokken.”
Samenwerking
Ieder kwartaal komen Firan Waterstof en Port of Amsterdam samen om te praten over contracten, vergunningen, plannen en de business case. Met als doel om de eerste groep van zeven tot tien waterstofafnemers in 2030 aan te sluiten. Brenda: “Hoe sneller de kaders duidelijk zijn, hoe eerder we kunnen starten met de aanleg en operatie. Ik vind het bewonderenswaardig hoe actief de haven dit oppakt. Dat helpt ons erg.” “Wij kijken op onze beurt met bewondering naar wat Firan Waterstof al in Deventer doet”, zegt Rhea. “Dat is weliswaar een ecosysteem van waterstof op kleine schaal, maar wel zeer relevant. Wij weten wat klanten willen. Firan Waterstof kan het ontwikkelen en uitvoeren.”
Dezelfde ambitie
“Firan Waterstof en Port of Amsterdam hebben een andere rol, maar dezelfde ambitie”, benadrukt Brenda. “We werken aan energiezekerheid en een interessant vestigingsklimaat. Energie die betaalbaar en duurzaam is. Binnen de EU zie je nog niet zulke grote decentrale netwerken. Daar ligt de focus op de backbone. Er mag meer kennis en aandacht komen voor een decentrale hub zoals hier. Een decentrale aanpak, lokaal aangedreven en gesteund door een publiek en privaat consortium is heel waardevol en kan voor een versnelling in de waterstoftransitie zorgen. Met het juiste klimaat en randvoorwaarden vanuit de politiek komt het sneller van de grond. Daarom is het belangrijk dat zij de waarde meer gaan zien.”
Horizon
Turend naar de horizon in de haven; het is 2035, wat zien we dan? “Dan ligt het netwerk er en maken een boel klanten er gebruik van”, schetst Rhea. “Al zijn sommige bedrijven nog in transitie en leunen zij deels op groene waterstof en deels op gas of andere energiebronnen. Ook als grondstof, zoals voor biobrandstof, wordt waterstof ingezet. Op de langere termijn, als ik voorbij de horizon van 2035 kijk, zie ik mogelijkheden met Schiphol dichtbij onze haven.”
“In 2035 is de waterstofhub in de Amsterdamse haven een feit”, knikt Brenda. “Dan is er een robuust en leveringszeker netwerk dat aantrekkelijk is voor regionale industrie. Een aantrekkelijke en betrouwbare oplossing voor industriële partijen. Zij kunnen uitbreiden en verduurzamen, via waterstof is dat haalbaar, duurzaam en zeker.”




