
Waterstofwethouders aan het woord
De jury heeft het aantal aanmeldingen voor de Waterstofwethouder van het Jaar verkiezing teruggebracht naar een shortlist van 7 personen.
In aanloop naar de bekendmaking van de Waterstofwethouder van het Jaar, op woensdag 11 maart aanstaande, vertellen de wethouders die op de shortlist staan over hun ambities, de keuzes die zij lokaal maken en wat er nodig is om de waterstofketen in hun regio - en daarmee in Nederland - verder te brengen.
‘Als het om waterstof gaat, moet je in Deventer zijn!’ Met deze woorden startte wethouder Energie, Duurzaamheid en Milieu Jaimi van Essen van Deventer een recente post op LinkedIn. Het blijft niet bij woorden. Deventer is onderdeel van de lokale GROHW Groene Waterstofketen. Lokaal is inmiddels de vierde fase bereikt, gemarkeerd door de officiële opening van het Nefit Bosch waterstof R&D centrum begin september. Daarnaast ondertekende het consortium van de Gemeente Deventer, Provincie Overijssel, Firan, Essent, Enexis, Nefit NL, Nefit Industrial BV en AsfaltNu een EOI (Expression of Interest). Daarmee roept het op om een aansluiting naar Deventer mee te nemen in de uitrol van het landelijke waterstofnetwerk van Hynetwork. De EOI onderstreept de gezamenlijke ambitie om Deventer een strategische rol te geven in de toekomstige waterstofinfrastructuur. Daarmee positioneert de regio zich als een serieuze kandidaat voor duurzame groei en innovatieve industrie.
Our Planet
Het was oud-premier Dries van Agt die Jaimi inspireerde. “Tijdens mijn opleiding gaf hij een lezing waarin hij vertelde dat hij soms meer lef had willen hebben, terugkijkend op zijn loopbaan. Dat prikkelde mij; je kunt een pionier zijn in de politiek. De bekende documentaire Our Planet van David Attenborough inspireerde me daarnaast om iets te willen betekenen op het gebied van duurzaamheid.
Cluster 6
Als we de klimaatdoelen van 2050 willen behalen, speelt waterstof een onmisbare rol in het verduurzamen van energie-intensieve industrie van Cluster 6-bedrijven in de regio. Elektrificatie is voor deze bedrijven vaak geen oplossing. De overstap van aardgas op waterstof maakt het voor hen wél mogelijk om te verduurzamen. Lokale productie van waterstof alleen is niet voldoende om in de toekomst al die bedrijven van waterstof te voorzien, vandaar onze interesse voor aansluiting op de backbone die op 10 km afstand langs Deventer komt te lopen.
Economische motivatie
Verduurzaming is niet de enige drijfveer van de wethouder. “Economische motivatie is er ook. We lopen tegen de grenzen van het energienet aan. We willen dat bedrijven en toekomstige inwoners toegang houden tot betaalbare stroom. Om die reden is netcongestie en energiebeschikbaarheid een prominent onderdeel van de begroting in Deventer. We hebben er anderhalf miljoen euro voor uitgetrokken. Nee, dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van netbeheerders en energiebedrijven. De gemeente heeft ook een rol. Door bewust geld te reserveren voor dit onderwerp kunnen we er voldoende menskracht op zetten. Dat helpt.”
Rol
“De rol van de gemeente is om partijen bij elkaar te brengen en bedrijven te attenderen op de mogelijkheden. We hebben net wat meer zicht op alles wat er gebeurt. AsfaltNu staat bijvoorbeeld aan de vooravond van een vernieuwing van het bedrijf. Nu aansluiten bij het consortium biedt een goede kans op verduurzaming. Daarnaast verlenen we vergunningen en zijn we betrokken bij subsidies, zoals de Regio Deal voor GROWH. Ook neemt de gemeente verantwoordelijkheid richting het Rijk door actief mee te denken over nieuwe regelgeving.
Toekomst
Wat is er over tien jaar bereikt? “Dan is GROWH tot volle wasdom gekomen en is het aan de voormannen van dat project om de aansluiting van de kraan van het landelijke waterstofnetwerk richting Deventer officieel open te draaien. En dan zijn er nog veel meer bedrijven aangesloten bij het consortium.
Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is om de restwarmte van waterstofproductie te gebruiken om de gebouwde omgeving mee te verwarmen.
Voor de prachtige historische binnenstad met haar monumentale panden is verduurzaming noodzakelijk, anders wordt het onbetaalbaar om erin te wonen of te werken. Alleen plaats je geen warmtepomp op het dak van een zestiende-eeuws monument. Mogelijk kan waterstof hierin in de toekomst een rol in spelen.
Voorop lopen
Van Essen draagt de Deventer werkwijze graag uit. “Dat doe ik bijvoorbeeld binnen de Energyboard Overijssel in West-Overijssel. Het thema waterstof is niet voor bange bestuurders. Als je voorop loopt, loop je risico, op financieel gebied, dat iets niet lukt en dat dit de opinie beïnvloedt. Maar, als je hard loopt, kun je straks vroeg beginnen. Andere gemeenten zijn van harte welkom om langs te komen bij ons consortium. Als het over energie gaat, kun je me altijd bellen.”
De Rotterdamse haven is de grootste haven van Europa, een maritiem knooppunt en een belangrijk doorvoerpunt voor allerlei grondstoffen en producten. “Het is één van de belangrijkste economische motoren van Nederland. Wat hier gebeurt, raakt direct aan banen, investeringen en het verdienvermogen van ons land.” Dat is precies de reden waarom de Rotterdamse wethouder Robert Simons werkt aan de ontwikkeling van de haven als waterstofhub.
Simons is één van de zeven genomineerden voor Waterstofwethouder van het Jaar. Wat maakt hem zo gedreven op dit thema? “Als we de industrie willen verduurzamen én concurrerend willen houden, speelt waterstof een sleutelrol. Op dit moment is de Rotterdamse haven nog een fossiele hub. Met de energietransitie in het achterhoofd en de wil om de economische slagkracht van de haven te behouden, moeten we stappen zetten in verduurzaming. Waterstof is de brandstof van de toekomst.”
Samen met Deltalinqs, de provincie Zuid-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam werkt de gemeente aan het stimuleren en faciliteren van deze ontwikkeling. “We willen bedrijven helpen om die omslag daadwerkelijk te maken.”
Delta Rhine Corridor
“Dat is weerbarstige materie”, zegt de wethouder. “We zijn al bezig met het aanleggen van de waterstofbackbone in de haven, maar zonder goede verbindingen richting Duitsland blijft de infrastructuur incompleet.” De verdere ontwikkeling van de Delta Rhine Corridor heeft vertraging opgelopen, terwijl die volgens hem cruciaal is om waterstof naar het Ruhrgebied te vervoeren. Volgens Simons is juist die koppeling met het Duitse industriële hart essentieel voor het succes van Rotterdam als waterstofhub. De grootste Duitse binnenhaven, Duisport, en de haven van Rotterdam voeren daarom samen een haalbaarheidsonderzoek uit naar de ontwikkeling van Europese waterstofketens.
Internationale schaal
De wethouder werkt dan ook nadrukkelijk op internationale schaal. Rotterdam brengt al enkele jaren investeerders, bedrijven en overheden van over de hele wereld samen als gaststad van de World Hydrogen Summit. Simons: “Het evenement is uitgegroeid tot één van de belangrijkste internationale ontmoetingsplaatsen voor de waterstofsector, waar nieuwe samenwerkingen ontstaan en investeringsbeslissingen worden voorbereid. Daarmee fungeert Rotterdam niet alleen als logistieke hub, maar ook steeds meer als plek waar de Europese waterstofeconomie vorm krijgt. Juist daar zie je hoe internationaal deze markt is. Bedrijven en overheden komen samen om ketens op te bouwen die landsgrenzen overstijgen. Voor Rotterdam is het belangrijk om op dat kruispunt van ontwikkelingen te staan.”
Relaties versterken
“Vanuit mijn rol als wethouder Haven & Economie ondersteun ik daarnaast bedrijven tijdens internationale handelsbezoeken; mijn aanwezigheid helpt hen bij het openen van deuren en het creëren van nieuwe handelskansen.” Ongeveer tachtig procent van de bedrijven in de Rotterdamse haven opereert internationaal en heeft een hoofdkantoor in het buitenland. “Juist daarom ga ik regelmatig op bezoek om relaties te onderhouden en verder te versterken.”
Import waterstof
“Hoge stroomkosten, netcongestie en complexe regelgeving maken het voor bedrijven steeds moeilijker om hier rendabel en duurzaam te investeren”, legt Simons uit. “Bedrijven kijken vooruit en bouwen businesscases waarin waterstof een belangrijke rol speelt.” Europa zal bovendien meer waterstof nodig hebben dan het zelf kan produceren, verwacht hij. “Er is enorm veel waterstof nodig om de uitstoot van de Europese industrie te verlagen. Zoveel kunnen wij in Nederland simpelweg niet maken. Landen met veel duurzame energie uit wind en zon hebben daarin een voordeel.”
Hij wijst onder meer op Brazilië, waar inmiddels zo’n 94 procent van de elektriciteit groen is, en op de Amerikaanse staat Texas, waar het aandeel wind- en zonne-energie de afgelopen jaren sterk is gegroeid. “Dat maakt deze regio’s interessant voor de import van waterstof naar Europa, en Rotterdam kan daarin een centrale rol spelen.”
Grote puzzel
Welke rol speelt de gemeente in dat geheel? “Als gemeente ondersteunen we innovatieve projecten met gerichte subsidies om realisatie te versnellen, organiseren we handelsmissies om internationale ketens te ontwikkelen en investeringen aan te trekken, en lobbyen we actief richting Den Haag.” Volgens Simons is de energietransitie een complexe operatie. “Het is een grote puzzel die uit veel stukjes bestaat. Als wethouder schaak ik op meerdere borden tegelijk: regelgeving, financiering, netwerken, kennisdeling en samenwerking.”
Blauwe waterstof
“We moeten scherp aan de wind zeilen”, benadrukt de wethouder. “Het is tijd om stappen te zetten en niet alleen te blijven praten.” Dat betekent volgens hem ook realistisch zijn over de route naar een volledig groene waterstofeconomie. “In mijn ogen moeten we eerst de tussenstap maken van fossiel naar blauwe waterstof, voordat we volledig kunnen overstappen op groene waterstof.” Bij blauwe waterstof wordt waterstof geproduceerd uit fossiele grondstoffen, terwijl de vrijkomende CO2 wordt opgeslagen, bijvoorbeeld in lege gasvelden. “Het is een noodzakelijke tussenfase om de waterstofeconomie op gang te brengen en op schaal te kunnen werken.”
Volgens Simons gaat de ontwikkeling nu nog te langzaam. “Sommige mensen zien blauwe waterstof als ondermaats, maar we hebben het nodig om tempo te maken. Anders blijft de waterstofeconomie vooral iets dat in ons hoofd bestaat.”
Goeree-Overflakkee is een plattelandsgemeente in het zuiden van de provincie Zuid-Holland. Van oorsprong is het een eiland met een lage bevolkingsdichtheid, een grote gemeenschapszin en het doorzettingsvermogen om met elkaar zaken voor elkaar te krijgen. En, een gemeente met veel zon en wind; dus veel energie. Een energiehub voor de toekomst.
Petra ’t Hoen is wethouder van onder meer duurzaamheid op Goeree-Overflakkee en genomineerd als waterstofwethouder van het jaar. “Maar eigenlijk is het een nominatie van alle mensen die hier samenwerken aan de innovatieve energieprojecten. Ik ben nu sinds een jaar wethouder en werk verder op wat mijn voorgangers, zoals Jaap Willem Eijkenduijn, al hebben gerealiseerd. En nog wel belangrijker; de kracht die inwoners hier brengen. Zesendertig jaar geleden werd hier de eerste windmolen geplaatst, op initiatief van bewoners. Inmiddels prijken er meer dan zestig molens aan de horizon, die deels eigendom zijn van die inwoners. Hun energie is aanstekelijk.”
Meer stroom
Die windmolens, zonnepanelen op huizen en de drie zonneparken op Goeree-Overflakkee produceren flink wat stroom, meer dan de inwoners gebruiken. “Het is ons goud. Daar wilden we wat mee, zeker nu vanwege netcongestie stroom op sommige momenten niet op het net kan. We willen die duurzame, groene stroom bewaren voor de momenten waarop het nodig is. Dat gaan we onder meer doen in waterstof.”
Toekomst
“Linksom of rechtsom, we moeten van fossiele energiebronnen af”, vertelt ze verder. “Als politica werk ik mee aan oplossingen voor de toekomst waar mijn kinderen en kleinkinderen de vruchten van plukken. Ja, er is koudwatervrees bij waterstof, vanwege de prijs en het innovatieve karakter. Maar ik ben ervan overtuigd dat het een prachtig middel is voor de energietransitie.”
Stad Aardgasvrij
Die overtuiging weet ’t Hoen over te brengen bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat. In december zeggen zij € 6 miljoen toe voor het project Stad Aardgasvrij; een demonstratieproject in het dorp Stad aan ’t Haringvliet waar huizen volledig overgaan op waterstof en hybride warmtepompen. “Dat klinkt nu heel mooi, maar de weg naar het krijgen van die subsidie is lang geweest”, memoreert de wethouder. “Diverse keren zijn we na gesprekken weer met lege handen en kritische vragen huiswaarts gekeerd. Dat is niet erg, dit soort innovatieve plannen komt nu eenmaal stapje voor stapje van de grond. Dan is het even uithuilen en met nieuwe energie en ideeën weer door. Dat we nu een daadwerkelijke pilot gaan draaien, is helemaal geweldig.”
Tafelaars
De plannen voor Stad Aardgasvrij startten in 2017. “De gemeente, partners als Stedin, woningcorporatie Oost West Wonen, Deltawind en inwoners gingen met elkaar aan tafel om de plannen door te nemen. We stelden acht beloften op waar het project aan móest voldoen. Dat zijn: veilig of anders niet, altijd warm, betaalbaar, voldoende draagvlak, groen, het mag en het kan, en het is vertaalbaar, oftewel we delen de kennis en het is wellicht mogelijk om op te schalen of het project op andere locaties te herhalen. Die bewonersgroep van het begin noemen we de Tafelaars, dit zijn mensen die zelf met het idee project Stad Aardgasvrij zijn gestart. Een naam die goed bij het project past; want we zitten echt met de bewoners aan tafel.”
Langs de deuren
Dat aanschuiven aan tafel is een belangrijk onderdeel van het realiseren van de plannen. De wethouder: “In 2023 deden we een schouw, waarbij de schouwers huis aan huis twijfels en zorgen bespraken, en in kaart brachten wat een overstap naar groene waterstof voor de mensen persoonlijk betekende. Een tijd later deden we een draagvlakmeting, daaruit bleek dat 77,6% van de inwoners vóór Stad Aardgasvrij was. Goed om te weten: de niet-stemmers telden als een ‘nee’.”
Beloftes
Het draagvlak was er, maar hoe konden de samenwerkingspartners alle beloftes waarmaken? ’t Hoen: “Adviseur Noé van Hulst en kwartiermaker Bert den Ouden hielpen ons verder op weg. We vonden een Duits buizensysteem om waterstof in op te slaan en uiteindelijk een multi-fuelketel voor huishoudens die werkt op waterstof en biogas in verschillende mengverhoudingen. Dat de ketel op verschillende brandstoffen werkt biedt garanties aan de gebruikers; we willen niet dat onze inwoners in de kou zitten. De ketel is op dit moment nog in ontwikkeling, maar we hebben goede hoop dat we binnenkort hiermee een deel van het dorp kunnen verwarmen, als eerste stap van het project.”
Bredere visie
Stad Aardgasvrij is uniek, maar zeker niet het enige innovatieve project op Goeree-Overflakkee. “Het is onderdeel van een bredere visie”, benadrukt de wethouder. “We willen energiehub worden en dat uit zich in diverse projecten. Zo zijn we bezig met Power-to-Heat, waarin we onderzoeken hoe we lokaal opgewekte duurzame elektriciteit, bijvoorbeeld uit wind of zon, om kunnen zetten in warmte voor huizen. Daarnaast levert InnovaHub in Stad aan ’t Haringvliet al energie in de vorm van elektriciteit, verwarming en koeling voor zeventien woningen op een duurzame manier zonder uitstoot. Ook is er een Greenpoint waterstoftankstation in Oude-Tonge. Maar daar blijft het niet bij. Zo is een van de grootste bollentelers bezig met het verduurzamen van het bedrijf inclusief onder meer het toepassen van groene waterstof als energiedrager.”
Verhaal vertellen
Al die ontwikkelingen blijven niet onopgemerkt en leiden tot de nominatie van Waterstofwethouder van het jaar. ’t Hoen: “Ik wil deze nominatie vooral gebruiken om te laten zien waar wij hier samen aan werken, met onze energiepartners Coöperatie Deltawind, Woningcorporatie Oost West Wonen, Stedin, Netverder, Provincie Zuid-Holland en Waterschap Hollandse Delta én met de inwoners en ondernemers. Ik wil ons verhaal landelijk uitdragen, want het verdient een podium. Ik ben trots op het samenwerken, pionieren, doorzettingsvermogen, de energie en de kracht die dit eiland heeft.”
Toen Thierry de Heer, wethouder milieu en duurzaamheid, energie- en warmtetransitie in Woensdrecht, hoorde dat een lokale varkensboer zijn onderneming wilde stoppen, maakte hij zich hard voor een nieuw toekomstperspectief. “De stikstofproblematiek speelt hier flink, mede door de nabijheid van de Antwerpse haven. Als iemand voor een ander pad kiest waarmee de uitstoot daalt, wil ik dat graag ondersteunen. Hoe? Met waterstof.”
De Heer is sinds 2022 wethouder in de Brabantse gemeente Woensdrecht. Het thema energie en duurzaamheid gaat hem aan het hart. “Ik geloof in de energietransitie. De CO2-uitstoot moet omlaag en tegelijkertijd moet energie haalbaar en betaalbaar blijven. De oplossing zit niet alleen in waterstof. Warmte en isolatie -en daarmee een lager energieverbruik-, spelen ook een rol. Maar als je kijkt naar zware industrie en op termijn mobiliteit, dan kan waterstof het verschil maken.”
Lokaal beginnen
Lokaal beginnen met het oplossen van mondiale problemen, dat is waar De Heer voor staat. “Ik heb er vertrouwen in dat het lukt. Nu is het nog vooral een papieren werkelijkheid, in de komende jaren moet het concreet worden.” Wat zijn de plannen? “Op de locatie van de varkensboer wil H2XP een 70 MW waterstofinstallatie plaatsen als onderdeel van een energiehub. De elektrolyser benut stroom vanuit het naastgelegen zonnepark, we beschikken hier over wel 100 hectares, en een windpark dat momenteel wordt aangelegd. Het gaat om stroom die nu vanwege netcongestie niet gebruikt wordt. De elektrolyser zet de stroom om in groene waterstof en levert die aan de nog aan te leggen waterstofbackbone en lokale bedrijven.”
Seinen op groen
Die waterstofbackbone loopt langs Woensdrecht. “We zitten precies op een kruising van een vertakking vanuit Rotterdam richting Vlissingen en Antwerpen”, legt de wethouder uit. “Ik ben daarnaast intensief in gesprek over een T-stuk richting onze lokale, zware industrie. Daarvoor staan de seinen op dit moment op groen. Ik heb goede hoop dat het realiteit wordt, zeker aangezien dit deel van de backbone al relatief vroeg op de planning staat: voor 2028. Dit is hét moment om daarop aan te haken, nu worden de plannen gemaakt. Een ultieme kans en een reden voor mij om harder te gaan lopen.”
Productie en afname
Woensdrecht richt zich eerst op de productie van waterstof en daarna op de afnemers. De Heer: “Door de aanleg van de backbone, hebben we de zekerheid dat we het waterstof kwijt kunnen. Sowieso is de behoefte aan groene waterstof groot. Het is er nog niet in overvloed. Daarnaast zijn we in gesprek met vliegbasis Woensdrecht en met defensie. Zij hebben ook interesse in waterstof, maar weten nog niet in welke hoedanigheid.”
Overtuigen
Het lukte de wethouder om de gemeenteraad te overtuigen van de noodzaak van de elektrolyser. De raad stemde in met het plaatsen van die elektrolyser in het buitengebied, waarvoor een aanpassing van de vergunning nodig was. Ook de provincie is positief en heeft een milieuvergunning verleend. “De raad ziet het grotere plaatje, er was weinig weerstand. De enige kritische vragen hadden betrekking op veiligheid. Maar die risico’s liggen voornamelijk in het transport van waterstof, dat is in ons geval minder relevant.”
Verbinden en vertellen
Hoe krijgt hij dat voor elkaar? De Heer: “Mijn rol is om mensen en organisaties te verbinden, de projecten aan te jagen en het verhaal te vertellen. Dat verhaal vertel ik bijvoorbeeld aan lokale ondernemers, ZLTO, defensie, in de gemeenteraad en tijdens bewonersavonden. De meest kritische vragen krijg ik overigens van de lokale energiecoöperatie, natuur- en milieuclubs en defensie.”
Breder verhaal
“Waterstof is onderdeel van een breder energieverhaal”, benadrukt De Heer. “Ik durf te denken in kansen, maar ik ben ook realistisch; het moet haalbaar en schaalbaar zijn. Daarom richten we ons eerst op de komst van de elektrolyser en het aanhaken op de backbone. In die volgorde. Soms wordt er te makkelijk over waterstof gedacht; even de gasleiding aanpassen en het waterstof kan erdoor. Maar ik zie nog niet voor me dat consumenten op korte termijn koken op waterstof. Daarvoor is veel meer nodig. Al moet ik wel zeggen dat mijn schoonvader een auto op waterstof rijdt, het wordt dus gangbaarder.”
Steuntje in de rug
Het verhaal vertellen, dat doet de wethouder graag. “Het is fijn dat ik dat nu opnieuw kan doen en dat het gewaardeerd wordt met deze nominatie. Het gaat mij niet om de prijs maar om het feit dat ik ondernemers en de samenleving verder kan helpen. Al voelt dit zéker als een steuntje in de rug.”
Philip Broeksma, wethouder Energietransitie in Groningen, is genomineerd als Waterstofwethouder van het jaar. In ruim zeven jaar heeft hij veel bereikt, niet alleen op papier en in samenwerkingen, maar óók tastbaar in de praktijk: de eerste Europese Hydrogen Valley, een waterstoftankstation, -vuilniswagens en -bussen en een warmtenet voor kwetsbare huishoudens. “We willen het en doen wat we van plan zijn.”
“Je denkt misschien dat Groningen in het noorden ligt, maar niets is minder waar. Je kunt me niet kwader krijgen”, lacht Broeksma. “Groningen ligt in het zuiden van het Noordzeegebied. De Noordzee is ideaal voor windparken, vanwege de ondiepe wateren. Om die reden is het een gebied waar de aanliggende landen veel windenergie genereren. En dat maakt Groningen een ideale plek om een van de Waterstofhoofdsteden van Europa te zijn.”
Klimaatdoelen
De gemeente Groningen is goed op weg om de klimaatdoelen voor 2035 te behalen. De wethouder: “Voor het deel waarop de gemeente zelf invloed heeft, zitten we naar verwachting op 99% in 2035. We moeten nog een beetje bijtrekken dus. Na vijf jaar zaten we op 26% minder uitstoot ten opzichte van de CO2-uitstoot in 1990, inmiddels gaan we al naar 64%. Dat komt vooral omdat we het samen doen, onder andere met de industrie. De suikerfabriek heeft bijvoorbeeld grote stappen gezet in verduurzaming. Ik ben uiteraard blij dat ik op mijn manier ook kan bijdragen.”
Zonneklaar
“Het verlagen van de uitstoot is absoluut noodzakelijk. Fossiele energie heeft een te groot effect op de aarde”, verklaart hij. “Het is zonneklaar dat we hernieuwbare energie nodig hebben om de uitstoot te verlagen. Als opa van vier kleinkinderen die nu nog met duplo en houten treinen spelen, denk ik aan hun toekomst. Zij leven straks in het jaar 2100. Hoe wil ik dat de wereld er dan uitziet? Waterstof speelt daar een grote rol in. Als energiedrager is het een onmisbaar element in het energiesysteem. En je kunt het ook rechtstreeks gebruiken als brandstof, bijvoorbeeld in plaats van aardgas. Het is een hulpmiddel om beter gebruik te maken van duurzame energiebronnen en vraag en aanbod van energie beter te balanceren.”
Hele keten
Groningen is bij uitstek geschikt om hier een grote rol in te spelen, vindt de wethouder. “Dat komt door onze locatie, met Gasunie, bij de Eemshaven, aan de Noordzee en bij de mogelijke opslagvelden van Equinor voor blauwe waterstof. Het komt door onze contacten, internationaal en lokaal, de bedrijven die van aardgas willen overstappen op andere energiebronnen en onze kennis van moleculen en maatschappelijke toepassingen bij Gasunie en de Rijksuniversiteit Groningen. De hele keten is hier in opbouw, of krijgt al gestalte.”
Al gerealiseerd
Want er is al aardig wat gerealiseerd in Groningen. “Een waterstoftankstation, bedrijf Holthausen dat vrachtwagens ombouwt zodat ze op waterstof kunnen rijden en natuurlijk dertig ov-bussen, een aantal vuilniswagens én een dienstauto van het college die rijdt op waterstof. En er wordt nog meer gerealiseerd; een elektrolyser in de Eemshaven bijvoorbeeld. Die gaat heel mooi in de keten passen. Aandachtspunt is nog wel de betaalbaarheid van groene waterstof. Bedrijven zijn bereid om te investeren in het verduurzamen van hun processen, waardoor ze vele jaren waterstof gaan afnemen. Dan willen ze wel de zekerheid dat dit betaalbaar is en blijft. Daarvoor is iets van prijsgarantie of subsidie vanuit de overheid nodig.”
Internationaal netwerk
De wethouder roemt bovendien de Groningse mentaliteit. “We willen het, zetten de schouders eronder en doen wat we van plan zijn. We kunnen niet alleen verbinden.” Tegelijkertijd is dat verbinden ook een belangrijk onderdeel van het werk van een wethouder. Broeksma knikt. “Ik breng partijen bij elkaar, van onderwijs, overheid en onderzoek tot bedrijven. Groningen is één van de vier Europese steden die onderdeel zijn van de World Energy Cities Partnership. Binnen dit netwerk maken we reizen naar Aberdeen, Esbjerg en Stavanger, maar ook naar Houston, Texas en andere internationale steden. Als wethouder open ik deuren waar bedrijven vervolgens doorheen kunnen wandelen. Zo plaatst het Groningse Resato bijvoorbeeld waterstoftankstations in Lapland na een contact tijdens een handelsreis.”
Nij Begun
Voor alle lokale ontwikkelingen gebruikt Groningen mede de financiering vanuit het Rijk vanwege de aardbevingsschade. “Het is een ‘Nij Begun’, en dat hebben we ook nodig”, benadrukt Broeksma. “De tientallen jaren van financiële commitment die het kabinet ons beloofd heeft, zetten we in om onze economische agenda uit te voeren op een duurzame manier.” Voor de wethouder is deze nominatie een van zijn laatste wapenfeiten. “Na jarenlang in de politiek is het tijd om het stokje door te geven. Dat doe ik met vertrouwen, er ligt een Routekaart CO₂-neutraal 2035 en de gemeente heeft zich eraan gecommitteerd om die te volgen.”
Solidariteit
Wat is voor hem het belangrijkste in dit geheel? “Voor mij draait politiek om solidariteit en duurzaamheid. Ik ben solidair naar de generaties na ons en naar mensen die nu in kwetsbare situaties leven. Iedereen heeft recht op een warm huis en een hete douche. Om die reden zijn we met ons publieke warmtenet in de armste wijken van Groningen gestart. Want juist deze inwoners hebben niet de financiële middelen om te investeren in isolatie of zonnepanelen. Zij worden het hardst geraakt wanneer energieprijzen opeens stijgen. Daarom bieden wij hen betrouwbare warmte voor een prijs die 5% lager ligt dan van private warmtenetten. Uiteindelijk draait het daarom: dat we allemaal de vruchten plukken van verduurzaming. Nu en in de toekomst.”
Roy Luca is sinds januari 2024 wethouder in Woerden met onder meer openbare ruimte en milieu in zijn portefeuille. Maar de ontwikkelingen rond waterstof volgt hij al veel langer. “Waterstof is mijn ding. Vanuit mijn biologie-achtergrond en natuurkundige interesse vind ik het een razend interessant fenomeen. Het is schoon, de basisgrondstof water is overal in en om ons heen en de reststof is opnieuw water. Ik geloof dat we de wereld beter moeten achterlaten voor de generaties na ons. Waterstof is onderdeel van de heilige graal om dat doel te bereiken.”
De tomeloze energie van Luca spat er vanaf, hij is één van de genomineerden in de race tot Waterstofwethouder van het jaar. “Ja, ik maak me hard voor waterstof. Er wordt al jaren veel over gepraat, maar het is tijd om iets te doen. Buurland Duitsland heeft bijvoorbeeld al zoveel bereikt. Daar zijn al flink wat waterstoftankstations geplaatst en rijden er vrachtwagens rond op waterstof. Het is tijd dat Nederland meer gaat realiseren. Bijvoorbeeld hier in Woerden.”
BP D!vers
De wethouder zet zich in voor de komst van een waterstoftankstation van BP D!vers aan de A12 bij Woerden. “Inmiddels zijn alle vergunningen rond en heb ik de plannen gepresenteerd aan de Raad. Nu is het aan hen om er een klap op te geven. Een waterstoftankstation op deze locatie is slim en strategisch. Reden is dat we ons bevinden op de weg vanuit de haven richting de Duitse industrie en langs de nog aan te leggen waterstofbackbone. Zware mobiliteit, maar ook kleinere bussen en personenauto’s, hebben een te grote emissie. We zien al dat het dieselverbruik daalt, waterstof is een goede vervanger.”
Scharnierpunt
“Waterstof wordt het nieuwe lpg, maar dan 8.0”, vervolgt hij. “Het is duurzaam, er zijn minder grondstoffen nodig voor de batterijen in de vervoersmiddelen omdat je werkt met een batterij in combinatie met een waterstoftank, de actieradius is groter dan bij een elektrische auto en tanken gaat misschien wel sneller dan het tanken van benzine. Alleen de prijs is nog een aandachtspunt. Maar ik verwacht dat wanneer we duurzaam opgewekte energie die vanwege netcongestie niet het net op kan, slim omzetten in waterstof, die prijs ook scheper wordt. We zitten nu op een scharnierpunt.”
Kip komt er
“Regionale ondernemers staan te trappelen omdat ze bijvoorbeeld goederen willen leveren in emissievrije zones”, ziet de wethouder. “Waterstof is dan ideaal. Zij willen met hun vrachtwagens en bestelbussen over op waterstof, maar wachten nog op het tankstation. Het is de bekende kip-of-ei-discussie en ik kan ze vertellen: die kip komt er! Ik kijk ernaar uit om straks groen licht te geven zodat die ondernemers hun voertuigen officieel in bestelling kunnen plaatsen.”
Innovatieve ondernemer
De drive van ondernemers waardeert Luca. “Eén ondernemer die zijn nek uitsteekt is de eigenaar van het nieuwe tankstation. Hij is zo innovatief bezig! Met een zonnepark, het waterstoftankstation en op termijn ook een eigen elektrolyser. Hij kijkt naar de toekomst en probeert daar nu op in te spelen. In eerste instantie wordt de waterstof via trailers aangevoerd, maar op termijn wordt het dus lokaal geproduceerd. Bovendien komt er een aansluiting op de backbone. Niet om af te nemen, maar om te leveren! De boeren die hier over moeten stappen op biogas profiteren daar weer van.”
Lange adem
Is het dan allemaal halleluja? “Zeker niet. Toen ik hier kwam als wethouder liep het project rond het waterstoftankstation al drie jaar. Dat het zo lang duurt komt met name door het vergunningstraject. Er is behoefte aan gestandaardiseerde normering vanuit het Rijk. Mensen denken ten onrechte dat waterstof gevaarlijk is, maar het is minder gevaarlijk dan benzine of diesel.”
“Ik denk daarnaast dat het tijd kost voor het Rijk om de inkomsten vanuit accijnzen op diesel en benzine op een andere manier te genereren”, vervolgt hij. “Waterstof is schoon, waardoor je eigenlijk geen accijnzen kunt heffen. Daarom popt steeds de discussie rond rekeningrijden op, want dit is ook een aandachtspunt bij elektrisch rijden. Een andere actuele discussie is die rond laadpalen. Die zou achter de rug zijn wanneer mensen overstappen op waterstofauto’s. Tanken gaat echt heel gemakkelijk.”
Waterstofchallenge
Om te laten zien wat een waterstofauto kan, deed en doet Luca mee aan de Waterstofchallenge. “Komend jaar doe ik opnieuw met drie collega’s. We rijden in een Toyota Muray, dat rijdt net zo fijn als een elektrisch auto, alleen is de auto nu zelfs nog wat lichter. Onderweg doen we opdrachten. Het is een mooi initiatief om aandacht te krijgen voor rijden op waterstof. Ik zie om me heen al wat waterstofauto’s op de weg, dat is een mooie ontwikkeling. En ik merk al dat meer bestuurders interesse tonen in wat we hier in Woerden doen op het gebied van waterstof. Hopelijk volgen er meer.”
Siwart Mackintosh is wethouder in Kapelle, een gemeente in Zeeland met zo’n 13.000 inwoners, en hij is één van de genomineerden voor Waterstofwethouder van het jaar. “Ik was positief verrast en vereerd dat ons werk opvalt. Ik vind het belangrijk dat er aandacht is voor een kleinere gemeente als de onze. Maar vooral: ik doe het niet alleen. Ik heb een geweldige groep jonge, actieve ambtenaren om me heen.”
Mackintosh neemt zelf binnenkort afscheid van de lokale politiek. “Deze nominatie is een mooie afronding van mijn periode. Al is dat geen argument voor de winst”, lacht hij. “Ik zie het vooral als schouderklopje voor een kleinere gemeente als Kapelle. Ook hier is het mogelijk om innovatieve stappen te zetten met een relatief klein maar gedreven ambtenarencorps. Het werkt twee kanten op. Mijn enthousiasme voor innovatie is aanstekelijk waar je als startende ambtenaar misschien weerstand verwacht.”
Grote opgave
Net als veel andere gemeenten kampt Kapelle met netcongestie, duurzaamheidsdoelen en een te klein stroomnet. “De opgave is groot”, bevestigt de wethouder. Het gebrek aan energie legt een rem op de Zeeuwse economie, zo duidt de provincie. Het Zeeuwse stroomnet is te klein en moet worden uitgebreid met nieuwe stroomkabels en hoogspanningsstations, die pas in 2030-2035 gereed zijn. Dit stelt bewoners, gemeente en bedrijven voor uitdagingen.
Backbone
Bijvoorbeeld op bedrijventerrein De Smokkelhoek in Kapelle. Toen de netbeheerder ‘nee’ zei, ontstond de wens om het bedrijventerrein aan te sluiten op het landelijke waterstofnetwerk. Die staat gepland door de Bevelanden niet ver van bedrijventerrein Smokkelhoek. De wethouder: “Feitelijk zitten we straks bovenop de backbone. Om die reden heb ik me hard gemaakt voor een aftakking. Dat was niet vanzelfsprekend, we zijn nu één van de vier aftakkingen op het landelijke lijstje. Waterstof wordt een integraal onderdeel van de opzet van het bedrijventerrein. Je kunt blijven wachten tot er een dikkere kabel komt en het hoofdstation wordt uitgebreid, maar je kunt beter kijken naar wat er nu al wel kan.”
Geen toverstokje
Waterstof kwam gaandeweg als bouwsteen op het pad van de gemeente Kapelle. Mackintosh: “Duurzaamheid kreeg al vroeg een ‘behoorlijke plaats’ in de gemeente, waterstof volgde later.”
Waterstof aangeleverd via de backbone is een duurzame energiebron voor bedrijven, naast groene elektriciteit en bodemwarmte. Daarnaast is het voor zware industrie lastig om te verduurzamen met elektriciteit, met waterstof kan dat wel. “Zeker voor bedrijven met hoogenergetische processen die nu gebruikmaken van gas, kan waterstof een rol spelen om de emissie te verlagen. Maar, we staan met beide benen op de grond. Waterstof is geen toverstokje, het draagt bij aan de oplossing net als zonne- en windenergie dat doen. Er is een mix van energiedragers en gebruikers nodig. Waterstof is op dit moment bijvoorbeeld nog te duur voor bedrijven. Maar ik ben ervan overtuigd dat het in de toekomst een rol krijgt. Dan kun je het actief oppakken en in de voorhoede meelopen, of afwachten tot anderen dat hebben gedaan.”
Plannen verankeren
Een belangrijk wapenfeit vond plaats in 2023: Gemeente Kapelle maakte haar interesse kenbaar bij Gasunie/Hynetwork door een Expression of Interest. Vervolgens is in 2024 een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met Angela Hulst, manager innovatie van netbeheerder Stedin voor bedrijventerrein Smokkelhoek en verenigden bedrijven zich in een consortium. “Zo werden de plannen bestuurlijk en regionaal goed verankerd.”
Garantie
Om de studie naar de aftakking van de backbone mogelijk te maken was een CSA (Connection Study Agreement) noodzakelijk. Als eerste wethouder in Nederland ondertekende Mackintosh die mét een risicogarantie vanuit de gemeente. “Het was de vraag wie moest tekenen. Uiteindelijk moest een bedrijf dat doen en heeft TopTaste de CSA getekend met ondersteuning door Gemeente Kapelle.”
Raad bijpraten
Daarvoor was medewerking van de gemeenteraad nodig. “Dat verliep heel natuurlijk. Ik ben nu zeven jaar wethouder en werkte daarvoor als raadslid. Ik weet dat je als raadslid niet verrast wil worden met een plan waar je ‘ja of nee’ op moet zeggen. Je wil erin meegenomen worden zodat je kennis van zaken hebt om je mening af te wegen. Dat hebben we gedaan. We hebben een aantal werkgroepen over specifieke onderwerpen met ambtenaren en raadsleden. Daarin praatten we raadsleden bij op inhoud en ontwikkeling. Thema’s zijn bijvoorbeeld de omgevingswet, elektriciteit, verwarming, verduurzaming van de eigen organisatie, de gebouwde omgeving en dus ook waterstof.”
Oliemannetje
“Ik ben trots op wat we bereikt hebben”, vertelt hij verder. “Maar ik doe het niet alleen. Ik doe het samen met de jonge mensen hier, de betrokken bedrijven en met een gedreven gedeputeerde vanuit de provincie Jo-Annes de Bat, die nu staatssecretaris is geworden. De gemeente is een platte organisatie, mensen lopen gemakkelijk bij mij binnen. Ik zet mijn lange ervaring in het bedrijfsleven in om de jonge collega’s te coachen en te laten groeien. En zij houden mij weer bij de les omdat ze alles weten over waterstof. Mijn rol is om oliemannetje te zijn, ontwikkelingen te stimuleren en mensen in positie te brengen. Er is ook geregeld contact geweest met de ministeries van Economische zaken en Klimaat (voorheen Klimaat en Groene Groei) en Infrastructuur en Waterstaat. Gaandeweg groeide het besef dat hier in Kapelle veel kennis is.”
Keuzes
“Ik kom uit een generatie die keuzes gemaakt heeft”, besluit hij. “Ik wil niet vingerwijzen, maar het zijn wel keuzes waar we nu de consequenties van zien. Het is fijn dat ik kan bijdragen aan het bijsturen of in balans brengen van die keuzes. Zodat de leefomgeving schoner wordt voor onze kinderen en kleinkinderen. Ik speel er na deze winter en na de gemeenteraadsverkiezingen zelf geen rol meer in, maar ik blijf het wel goed volgen. Het is een onderwerp dat belangrijk voor me is.”
