
Waterstofwethouders aan het woord
De jury heeft het aantal aanmeldingen voor de Waterstofwethouder van het Jaar verkiezing teruggebracht naar een shortlist van 7 personen.
In aanloop naar de bekendmaking van de Waterstofwethouder van het Jaar, op woensdag 11 maart aanstaande, vertellen de wethouders die op de shortlist staan over hun ambities, de keuzes die zij lokaal maken en wat er nodig is om de waterstofketen in hun regio - en daarmee in Nederland - verder te brengen.
‘Als het om waterstof gaat, moet je in Deventer zijn!’ Met deze woorden startte wethouder Energie, Duurzaamheid en Milieu Jaimi van Essen van Deventer een recente post op LinkedIn. Het blijft niet bij woorden. Deventer is onderdeel van de lokale GROHW Groene Waterstofketen. Lokaal is inmiddels de vierde fase bereikt, gemarkeerd door de officiële opening van het Nefit Bosch waterstof R&D centrum begin september. Daarnaast ondertekende het consortium van de Gemeente Deventer, Provincie Overijssel, Firan, Essent, Enexis, Nefit NL, Nefit Industrial BV en AsfaltNu een EOI (Expression of Interest). Daarmee roept het op om een aansluiting naar Deventer mee te nemen in de uitrol van het landelijke waterstofnetwerk van Hynetwork. De EOI onderstreept de gezamenlijke ambitie om Deventer een strategische rol te geven in de toekomstige waterstofinfrastructuur. Daarmee positioneert de regio zich als een serieuze kandidaat voor duurzame groei en innovatieve industrie.
Our Planet
Het was oud-premier Dries van Agt die Jaimi inspireerde. “Tijdens mijn opleiding gaf hij een lezing waarin hij vertelde dat hij soms meer lef had willen hebben, terugkijkend op zijn loopbaan. Dat prikkelde mij; je kunt een pionier zijn in de politiek. De bekende documentaire Our Planet van David Attenborough inspireerde me daarnaast om iets te willen betekenen op het gebied van duurzaamheid.
Cluster 6
Als we de klimaatdoelen van 2050 willen behalen, speelt waterstof een onmisbare rol in het verduurzamen van energie-intensieve industrie van Cluster 6-bedrijven in de regio. Elektrificatie is voor deze bedrijven vaak geen oplossing. De overstap van aardgas op waterstof maakt het voor hen wél mogelijk om te verduurzamen. Lokale productie van waterstof alleen is niet voldoende om in de toekomst al die bedrijven van waterstof te voorzien, vandaar onze interesse voor aansluiting op de backbone die op 10 km afstand langs Deventer komt te lopen.
Economische motivatie
Verduurzaming is niet de enige drijfveer van de wethouder. “Economische motivatie is er ook. We lopen tegen de grenzen van het energienet aan. We willen dat bedrijven en toekomstige inwoners toegang houden tot betaalbare stroom. Om die reden is netcongestie en energiebeschikbaarheid een prominent onderdeel van de begroting in Deventer. We hebben er anderhalf miljoen euro voor uitgetrokken. Nee, dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van netbeheerders en energiebedrijven. De gemeente heeft ook een rol. Door bewust geld te reserveren voor dit onderwerp kunnen we er voldoende menskracht op zetten. Dat helpt.”
Rol
“De rol van de gemeente is om partijen bij elkaar te brengen en bedrijven te attenderen op de mogelijkheden. We hebben net wat meer zicht op alles wat er gebeurt. AsfaltNu staat bijvoorbeeld aan de vooravond van een vernieuwing van het bedrijf. Nu aansluiten bij het consortium biedt een goede kans op verduurzaming. Daarnaast verlenen we vergunningen en zijn we betrokken bij subsidies, zoals de Regio Deal voor GROWH. Ook neemt de gemeente verantwoordelijkheid richting het Rijk door actief mee te denken over nieuwe regelgeving.
Toekomst
Wat is er over tien jaar bereikt? “Dan is GROWH tot volle wasdom gekomen en is het aan de voormannen van dat project om de aansluiting van de kraan van het landelijke waterstofnetwerk richting Deventer officieel open te draaien. En dan zijn er nog veel meer bedrijven aangesloten bij het consortium.
Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is om de restwarmte van waterstofproductie te gebruiken om de gebouwde omgeving mee te verwarmen.
Voor de prachtige historische binnenstad met haar monumentale panden is verduurzaming noodzakelijk, anders wordt het onbetaalbaar om erin te wonen of te werken. Alleen plaats je geen warmtepomp op het dak van een zestiende-eeuws monument. Mogelijk kan waterstof hierin in de toekomst een rol in spelen.
Voorop lopen
Van Essen draagt de Deventer werkwijze graag uit. “Dat doe ik bijvoorbeeld binnen de Energyboard Overijssel in West-Overijssel. Het thema waterstof is niet voor bange bestuurders. Als je voorop loopt, loop je risico, op financieel gebied, dat iets niet lukt en dat dit de opinie beïnvloedt. Maar, als je hard loopt, kun je straks vroeg beginnen. Andere gemeenten zijn van harte welkom om langs te komen bij ons consortium. Als het over energie gaat, kun je me altijd bellen.”
De Rotterdamse haven is de grootste haven van Europa, een maritiem knooppunt en een belangrijk doorvoerpunt voor allerlei grondstoffen en producten. “Het is één van de belangrijkste economische motoren van Nederland. Wat hier gebeurt, raakt direct aan banen, investeringen en het verdienvermogen van ons land.” Dat is precies de reden waarom de Rotterdamse wethouder Robert Simons werkt aan de ontwikkeling van de haven als waterstofhub.
Simons is één van de zeven genomineerden voor Waterstofwethouder van het Jaar. Wat maakt hem zo gedreven op dit thema? “Als we de industrie willen verduurzamen én concurrerend willen houden, speelt waterstof een sleutelrol. Op dit moment is de Rotterdamse haven nog een fossiele hub. Met de energietransitie in het achterhoofd en de wil om de economische slagkracht van de haven te behouden, moeten we stappen zetten in verduurzaming. Waterstof is de brandstof van de toekomst.”
Samen met Deltalinqs, de provincie Zuid-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam werkt de gemeente aan het stimuleren en faciliteren van deze ontwikkeling. “We willen bedrijven helpen om die omslag daadwerkelijk te maken.”
Delta Rhine Corridor
“Dat is weerbarstige materie”, zegt de wethouder. “We zijn al bezig met het aanleggen van de waterstofbackbone in de haven, maar zonder goede verbindingen richting Duitsland blijft de infrastructuur incompleet.” De verdere ontwikkeling van de Delta Rhine Corridor heeft vertraging opgelopen, terwijl die volgens hem cruciaal is om waterstof naar het Ruhrgebied te vervoeren. Volgens Simons is juist die koppeling met het Duitse industriële hart essentieel voor het succes van Rotterdam als waterstofhub. De grootste Duitse binnenhaven, Duisport, en de haven van Rotterdam voeren daarom samen een haalbaarheidsonderzoek uit naar de ontwikkeling van Europese waterstofketens.
Internationale schaal
De wethouder werkt dan ook nadrukkelijk op internationale schaal. Rotterdam brengt al enkele jaren investeerders, bedrijven en overheden van over de hele wereld samen als gaststad van de World Hydrogen Summit. Simons: “Het evenement is uitgegroeid tot één van de belangrijkste internationale ontmoetingsplaatsen voor de waterstofsector, waar nieuwe samenwerkingen ontstaan en investeringsbeslissingen worden voorbereid. Daarmee fungeert Rotterdam niet alleen als logistieke hub, maar ook steeds meer als plek waar de Europese waterstofeconomie vorm krijgt. Juist daar zie je hoe internationaal deze markt is. Bedrijven en overheden komen samen om ketens op te bouwen die landsgrenzen overstijgen. Voor Rotterdam is het belangrijk om op dat kruispunt van ontwikkelingen te staan.”
Relaties versterken
“Vanuit mijn rol als wethouder Haven & Economie ondersteun ik daarnaast bedrijven tijdens internationale handelsbezoeken; mijn aanwezigheid helpt hen bij het openen van deuren en het creëren van nieuwe handelskansen.” Ongeveer tachtig procent van de bedrijven in de Rotterdamse haven opereert internationaal en heeft een hoofdkantoor in het buitenland. “Juist daarom ga ik regelmatig op bezoek om relaties te onderhouden en verder te versterken.”
Import waterstof
“Hoge stroomkosten, netcongestie en complexe regelgeving maken het voor bedrijven steeds moeilijker om hier rendabel en duurzaam te investeren”, legt Simons uit. “Bedrijven kijken vooruit en bouwen businesscases waarin waterstof een belangrijke rol speelt.” Europa zal bovendien meer waterstof nodig hebben dan het zelf kan produceren, verwacht hij. “Er is enorm veel waterstof nodig om de uitstoot van de Europese industrie te verlagen. Zoveel kunnen wij in Nederland simpelweg niet maken. Landen met veel duurzame energie uit wind en zon hebben daarin een voordeel.”
Hij wijst onder meer op Brazilië, waar inmiddels zo’n 94 procent van de elektriciteit groen is, en op de Amerikaanse staat Texas, waar het aandeel wind- en zonne-energie de afgelopen jaren sterk is gegroeid. “Dat maakt deze regio’s interessant voor de import van waterstof naar Europa, en Rotterdam kan daarin een centrale rol spelen.”
Grote puzzel
Welke rol speelt de gemeente in dat geheel? “Als gemeente ondersteunen we innovatieve projecten met gerichte subsidies om realisatie te versnellen, organiseren we handelsmissies om internationale ketens te ontwikkelen en investeringen aan te trekken, en lobbyen we actief richting Den Haag.” Volgens Simons is de energietransitie een complexe operatie. “Het is een grote puzzel die uit veel stukjes bestaat. Als wethouder schaak ik op meerdere borden tegelijk: regelgeving, financiering, netwerken, kennisdeling en samenwerking.”
Blauwe waterstof
“We moeten scherp aan de wind zeilen”, benadrukt de wethouder. “Het is tijd om stappen te zetten en niet alleen te blijven praten.” Dat betekent volgens hem ook realistisch zijn over de route naar een volledig groene waterstofeconomie. “In mijn ogen moeten we eerst de tussenstap maken van fossiel naar blauwe waterstof, voordat we volledig kunnen overstappen op groene waterstof.” Bij blauwe waterstof wordt waterstof geproduceerd uit fossiele grondstoffen, terwijl de vrijkomende CO2 wordt opgeslagen, bijvoorbeeld in lege gasvelden. “Het is een noodzakelijke tussenfase om de waterstofeconomie op gang te brengen en op schaal te kunnen werken.”
Volgens Simons gaat de ontwikkeling nu nog te langzaam. “Sommige mensen zien blauwe waterstof als ondermaats, maar we hebben het nodig om tempo te maken. Anders blijft de waterstofeconomie vooral iets dat in ons hoofd bestaat.”
Goeree-Overflakkee is een plattelandsgemeente in het zuiden van de provincie Zuid-Holland. Van oorsprong is het een eiland met een lage bevolkingsdichtheid, een grote gemeenschapszin en het doorzettingsvermogen om met elkaar zaken voor elkaar te krijgen. En, een gemeente met veel zon en wind; dus veel energie. Een energiehub voor de toekomst.
Petra ’t Hoen is wethouder van onder meer duurzaamheid op Goeree-Overflakkee en genomineerd als waterstofwethouder van het jaar. “Maar eigenlijk is het een nominatie van alle mensen die hier samenwerken aan de innovatieve energieprojecten. Ik ben nu sinds een jaar wethouder en werk verder op wat mijn voorgangers, zoals Jaap Willem Eijkenduijn, al hebben gerealiseerd. En nog wel belangrijker; de kracht die inwoners hier brengen. Zesendertig jaar geleden werd hier de eerste windmolen geplaatst, op initiatief van bewoners. Inmiddels prijken er meer dan zestig molens aan de horizon, die deels eigendom zijn van die inwoners. Hun energie is aanstekelijk.”
Meer stroom
Die windmolens, zonnepanelen op huizen en de drie zonneparken op Goeree-Overflakkee produceren flink wat stroom, meer dan de inwoners gebruiken. “Het is ons goud. Daar wilden we wat mee, zeker nu vanwege netcongestie stroom op sommige momenten niet op het net kan. We willen die duurzame, groene stroom bewaren voor de momenten waarop het nodig is. Dat gaan we onder meer doen in waterstof.”
Toekomst
“Linksom of rechtsom, we moeten van fossiele energiebronnen af”, vertelt ze verder. “Als politica werk ik mee aan oplossingen voor de toekomst waar mijn kinderen en kleinkinderen de vruchten van plukken. Ja, er is koudwatervrees bij waterstof, vanwege de prijs en het innovatieve karakter. Maar ik ben ervan overtuigd dat het een prachtig middel is voor de energietransitie.”
Stad Aardgasvrij
Die overtuiging weet ’t Hoen over te brengen bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat. In december zeggen zij € 6 miljoen toe voor het project Stad Aardgasvrij; een demonstratieproject in het dorp Stad aan ’t Haringvliet waar huizen volledig overgaan op waterstof en hybride warmtepompen. “Dat klinkt nu heel mooi, maar de weg naar het krijgen van die subsidie is lang geweest”, memoreert de wethouder. “Diverse keren zijn we na gesprekken weer met lege handen en kritische vragen huiswaarts gekeerd. Dat is niet erg, dit soort innovatieve plannen komt nu eenmaal stapje voor stapje van de grond. Dan is het even uithuilen en met nieuwe energie en ideeën weer door. Dat we nu een daadwerkelijke pilot gaan draaien, is helemaal geweldig.”
Tafelaars
De plannen voor Stad Aardgasvrij startten in 2017. “De gemeente, partners als Stedin, woningcorporatie Oost West Wonen, Deltawind en inwoners gingen met elkaar aan tafel om de plannen door te nemen. We stelden acht beloften op waar het project aan móest voldoen. Dat zijn: veilig of anders niet, altijd warm, betaalbaar, voldoende draagvlak, groen, het mag en het kan, en het is vertaalbaar, oftewel we delen de kennis en het is wellicht mogelijk om op te schalen of het project op andere locaties te herhalen. Die bewonersgroep van het begin noemen we de Tafelaars, dit zijn mensen die zelf met het idee project Stad Aardgasvrij zijn gestart. Een naam die goed bij het project past; want we zitten echt met de bewoners aan tafel.”
Langs de deuren
Dat aanschuiven aan tafel is een belangrijk onderdeel van het realiseren van de plannen. De wethouder: “In 2023 deden we een schouw, waarbij de schouwers huis aan huis twijfels en zorgen bespraken, en in kaart brachten wat een overstap naar groene waterstof voor de mensen persoonlijk betekende. Een tijd later deden we een draagvlakmeting, daaruit bleek dat 77,6% van de inwoners vóór Stad Aardgasvrij was. Goed om te weten: de niet-stemmers telden als een ‘nee’.”
Beloftes
Het draagvlak was er, maar hoe konden de samenwerkingspartners alle beloftes waarmaken? ’t Hoen: “Adviseur Noé van Hulst en kwartiermaker Bert den Ouden hielpen ons verder op weg. We vonden een Duits buizensysteem om waterstof in op te slaan en uiteindelijk een multi-fuelketel voor huishoudens die werkt op waterstof en biogas in verschillende mengverhoudingen. Dat de ketel op verschillende brandstoffen werkt biedt garanties aan de gebruikers; we willen niet dat onze inwoners in de kou zitten. De ketel is op dit moment nog in ontwikkeling, maar we hebben goede hoop dat we binnenkort hiermee een deel van het dorp kunnen verwarmen, als eerste stap van het project.”
Bredere visie
Stad Aardgasvrij is uniek, maar zeker niet het enige innovatieve project op Goeree-Overflakkee. “Het is onderdeel van een bredere visie”, benadrukt de wethouder. “We willen energiehub worden en dat uit zich in diverse projecten. Zo zijn we bezig met Power-to-Heat, waarin we onderzoeken hoe we lokaal opgewekte duurzame elektriciteit, bijvoorbeeld uit wind of zon, om kunnen zetten in warmte voor huizen. Daarnaast levert InnovaHub in Stad aan ’t Haringvliet al energie in de vorm van elektriciteit, verwarming en koeling voor zeventien woningen op een duurzame manier zonder uitstoot. Ook is er een Greenpoint waterstoftankstation in Oude-Tonge. Maar daar blijft het niet bij. Zo is een van de grootste bollentelers bezig met het verduurzamen van het bedrijf inclusief onder meer het toepassen van groene waterstof als energiedrager.”
Verhaal vertellen
Al die ontwikkelingen blijven niet onopgemerkt en leiden tot de nominatie van Waterstofwethouder van het jaar. ’t Hoen: “Ik wil deze nominatie vooral gebruiken om te laten zien waar wij hier samen aan werken, met onze energiepartners Coöperatie Deltawind, Woningcorporatie Oost West Wonen, Stedin, Netverder, Provincie Zuid-Holland en Waterschap Hollandse Delta én met de inwoners en ondernemers. Ik wil ons verhaal landelijk uitdragen, want het verdient een podium. Ik ben trots op het samenwerken, pionieren, doorzettingsvermogen, de energie en de kracht die dit eiland heeft.”
